PINKSTEREN - De Adem van God die het huis verlucht
Pinksteren: Adem, Vuur en Bezieling
Over wachten, moed en een Kerk met open deuren
BEZINNING BIJ HOOGFEEST
Pinksteren komt niet als een donderslag uit een heldere hemel.
Het begint met wachten.
Niet met grote woorden of plannen, maar met een kleine groep mensen die bijeenblijft in onzekerheid.
Ondanks dat de leerlingen Pasen hebben meegemaakt, blijven ze bang.
Zij zijn mensen zoals wij: geraakt door God,
maar broos, geroepen, maar aarzelend, gelovend, maar niet altijd moedig.
Daarin ligt een eerste troost. De Geest wordt niet gegeven aan mensen die al alles kunnen.
Hij komt niet omdat de leerlingen er klaar voor zijn. Hij daalt neer op mensen achter gesloten deuren.
De Geest is geen beloning voor volmaaktheid,
maar de adem waardoor ook een ondermaats leven vruchtbaar wordt.
Ook wij huizen soms in zulke muffe kamers van verdriet, teleurstelling, schuld, gewoonte of zelfs ongeloof.
Pinksteren gebeurt precies in dat huishouden.
Niet als een aanklacht, maar om in die kortademigheid ademruimte te scheppen.
Adem, Vuur en Taal
De Schrift spreekt over wind, vuur en talen.
Dat zijn geen kille begrippen, maar beelden die bijna lichamelijk aanvoelen. De wind laat zich niet vangen.
Hij komt waar hij wil, en toch merken we zijn aanwezigheid in alles wat beweegt. Zo is de Geest.
Wij kunnen Hem niet vastpinnen of opsluiten in onze schema's. Maar waar Hij komt, beweegt er iets.
Iemand die vastzat in bitterheid vindt een eerste woord van vergeving,
een gemeenschap die moe werd van zichzelf herontdekt de vreugde van dienstbaarheid.
Ook het vuur spreekt. Vuur verwarmt, verlicht en zuivert.
Pinksteren is daarom niet alleen een vriendelijk feest.
De Geest troost, maar spreekt ons niet altijd naar de mond.
Hij haalt het stof van ons geloof en vraagt waar onze liefde koud geworden is,
waar ons gebed een gewoonte zonder hart werd.
En dan zijn er de talen. De leerlingen spreken een taal die iedereen verstaat.
Het wonder van Pinksteren is dat verscheidenheid geen muur meer hoeft te zijn.
De Geest heft de verschillen niet op, Hij maakt ze bewoonbaar.
Hij herschept de mensheid niet door uniformiteit maar door gemeenschap.
Het Omgekeerde van Babel
Pinksteren wordt vaak gelezen tegenover Babel,
waar de mens alleen naar boven wil klimmen om zichzelf te verheffen en zo de ander uiteindelijk kwijtraakt.
Pinksteren gaat de omgekeerde weg. Niet de mens klimt naar God maar Hij daalt neer in de mens.
Niet één taal wordt opgelegd; vele talen worden geopend voor éénzelfde boodschap van liefde.
Dat is bijzonder actueel. Ook onze tijd kent Babels.
Wij communiceren voortdurend en verstaan elkaar soms minder dan ooit.
Wij spreken veel, maar luisteren weinig.
Pinksteren geneest niet door nog meer lawaai toe te voegen, maar door innerlijke aandacht te wekken.
De Geest leert ons opnieuw luisteren naar God, naar de ander, naar het fluisteren van ons geweten.
Waar de Geest spreekt, wordt taal dienstbaar aan liefde.
Een Kerk met Open Deuren
Men zegt vaak dat Pinksteren de geboortedag van de Kerk is.
De Kerk wordt niet geboren als een instelling die zichzelf belangrijk vindt, maar als een gemeenschap die naar buiten wordt gedreven.
De Geest verzamelt de leerlingen niet om hen in een veilige kring te houden, maar om hen te zenden.
Telkens wanneer de Kerk te veel bezig is met zichzelf, verliest zij haar pinksteradem.
Zij is geen gesloten burcht voor zuivere zielen, maar een hospitaal met open deuren, waar gewonden binnenkomen en wie geneest opnieuw op weg wordt gezet.
Waar de Geest woont, wordt waarheid nooit hard en barmhartigheid nooit leeg.
Vrede Midden in het Gewone Leven
Een van de mooiste vruchten van de Geest is vrede. Maar vrede is meer dan de afwezigheid van ruzie.
Zij is een diepe ordening van het hart, die groeit wanneer wij ons laten aankijken door God
en ontdekken dat wij niet hoeven te leven uit kramp.
Die vrede is geen vlucht uit de werkelijkheid.
Wie innerlijk vrede ontvangt, kan de pijn van de wereld dragen zonder cynisch te worden,
onrecht zien zonder door haat verteerd te worden.
Pinksteren leert dat spiritualiteit niet betekent dat men boven het leven zweeft.
Het is leren ademen in God, midden in het gewone bestaan:
in de keuken, op het werk, aan het ziekbed. De Geest is de stille gast van het dagelijkse uur.
Gaven die ons Menselijker Maken
De traditie spreekt over zeven gaven van de Heilige Geest:
wijsheid, inzicht, raad, sterkte, kennis, vroomheid en ontzag voor God.
Het zijn geen attributen voor vrome mensen, maar krachten waardoor de mens menselijker wordt.
Wijsheid leert ons proeven wat werkelijk waarde heeft.
Inzicht en raad helpt ons door de oppervlakte heen te kijken want een mens is meer dan zijn fout.
Sterkte is de moed om trouw te blijven, niet de stoerheid van wie niets voelt,
maar de kracht van wie ondanks zijn broosheid blijft liefhebben.
Vroomheid is de tederheid van een hart dat kind mag zijn voor God.
Ontzag voor God is geen angst, maar verwondering
en weten dat wij niet het middelpunt zijn, en dat dit geen vernedering is maar bevrijding.
Laat de Ramen Open
Wij leven in een tijd die veel weet, veel kan en veel vreest.
Oude zekerheden brokkelen af, nieuwe beloften blijken broos.
Men kan dan verlangen naar controle, naar harde antwoorden, naar een geloof zonder vragen.
Maar Pinksteren geeft geen controle. Het geeft vertrouwen.
De Geest is de belofte dat God ons niet zonder adem laat.
Misschien hebben wij vandaag minder behoefte aan triomf dan aan bezieling,
aan mensen die luisteren, vergeven, niet verharden, bidden zonder te vluchten
en dienen zonder zichzelf op de voorgrond te zetten.
Pinksteren nodigt ons uit de ramen van het hart open te zetten.
De Geest kan ons brengen waar wij niet uit onszelf zouden gaan.
Een groter hart voelt meer: meer vreugde, maar ook meer pijn;
meer liefde, maar ook meer verantwoordelijkheid.
Een gesloten hart lijkt veilig maar verarmt.
Een open hart loopt dan wel risico maar wordt door God bewoond.
Daarom is Pinksteren geen feest dat wij alleen herdenken.
Het is een gebed dat wij telkens opnieuw bidden:
"Kom, Heilige Geest.
Kom in wat dor is.
Kom in wat bang is.
Kom in wat moe is.
Kom in onze woorden, opdat zij zegenen.
Kom in onze stilte, opdat zij niet leeg blijft.
Kom in onze Kerk, opdat zij niet voor zichzelf leeft.
Kom in onze wereld, opdat wij elkaar weer verstaan."
Waar die adem komt, wordt het leven niet altijd gemakkelijker, maar wel dieper.
Niet altijd stiller, maar wel waarachtiger. Niet altijd zekerder, maar wel hoopvoller.
En daar, in die hoop, begint telkens opnieuw de Kerk.
Daar begint ook de mens opnieuw.

