CORONA, het Nieuwe Kwetsbare Wij

Laatst bijgewerkt: vrijdag 18 september 2020 Gepubliceerd: zaterdag 01 augustus 2020 Geschreven door Lode Caes

Tijdens de indrukwekkende Urbi et Orbi-zegen op een leeg Sint-Pietersplein te midden van de coronacrisis (27 maart 2020) wond Paus Franciscus er geen doekjes om: “We zijn niet ontwaakt door oorlogen en planetair onrecht. We hebben niet geluisterd naar de kreet van de armen en van onze ernstig zieke planeet. We gingen onverschrokken verder, met de gedachte dat we altijd gezond zouden blijven in een zieke wereld.” Een tweede aanrollende golf ontmaskert verder meedogenloos hoe wankel we eigenlijk wel zijn en hoe onze manier van leven berust op valse zekerheden. Is ‘business as usual’ nog wel een optie. Willen we dat nog wel? Wat is de zin van dit alles? Wacht er iets groters op ons? En vooral hoe krijgen we – kwetsbaar als we zijn – dat samen en elk apart als individu voor elkaar? Bert Roebben schreef over zijn omgang met deze thematiek een fijnzinnig boekje ‘Volharden in de broosheid’ met als ondertitel ‘Spiritualiteit in tijden van Corona’. Hierbij enkele inspirerende gedachten.

In deze tijden van corona is onzekerheid troef. Niemand weet de uitkomst van dit alles. Wat ons uiteindelijk gaande houdt en steeds opnieuw over de streep trekt, is de hoop. Hopen is allerminst een garantie dat alles voor iedereen goed afloopt, maar wel dat de gebeurtenissen hoe dan ook zin en samenhang hebben. Ons leven is in wisselende omstandigheden voortdurend zoeken naar opheldering zodat we verder met ons leven kunnen. We kunnen ons wapenen tegen onzekerheden, niet door ze te ontvluchten maar door ze juist ter harte te nemen en een plaats te geven met het oog op het goede leven. Daarom is het ook zo belangrijk om onze innerlijkheid te cultiveren, uithouding en veerkracht te oefenen met het oog op een lange adem. Dat is de insteek van de spiritualiteit. Hoe het ook afloopt, het maakt je licht van binnen en vol liefde die dan weer anderen aansteekt en vervult.

Blijf in je kot, loop niet weg

In de gegeven situatie betekent het zoiets als: ‘Blijf in je kot. Loop niet weg. Blijf in al je broosheid volhardend in je sterkte staan. Wees standvastig in het hier en nu. En durf al eens eenzaam te zijn. Want daarin ligt een zegen.’ De uiteindelijke zin van alle dingen, het ‘ooit eens’, is in het ‘hier en nu’ present en kan nu al door de mens ontdekt worden, op voorwaarde dat hij er zich wezenlijk voor openstelt. Wie ik ten diepste ben, is al aanwezig in mijn levensverhaal. Ik mag er alleen niet van weglopen, ook niet in coronatijden. Het komt erop aan nu dicht bij mezelf te blijven en naar mezelf te luisteren, mijn unieke roeping op het spoor te komen en er gestalte aan te geven - met het oog op een betere wereld in en na coronatijden.

Ik ben de glorie van God

Je kunt dat ook gelovig in een gebed uitspreken. Ik ben ten diepste in mijn eenzaamheid niet alleen, niet aan mijn lot over gelaten. Wel integendeel. Sterker nog, om het met de woorden van de theoloog Henri Nouwen uit te drukken: “Ik ben de glorie van God”. Maak die gedachte tot het centrum van je meditatie, zodat hij op den duur niet langer een gedachte is, maar een levende realiteit. Jij bent de plek die God heeft uitgekozen om te wonen, de plaats van God, en een spiritueel leven is niets meer of minder dan een poging om deze plaats waar God kan wonen in stand te houden en ruimte te scheppen waar zijn glorie zich kan openbaren. Stel jezelf in je meditatie maar de vraag: “Waar is de glorie van God? Als de glorie van God niet is waar ik ben, waar kan hij dan zijn?”

Meer nog, dit bidden is niet alleen een mystieke, maar ook een politieke act. Wie bidt, ziet de wereld in een ander perspectief en komt in beweging, omdat het verlangen naar nieuwheid en heling niet te stuiten is. Soms is gebed immers de enige nog overblijvende vorm van handelen, nadat al het andere is uitgewerkt.

Maar laten we eerlijk zijn. Vaak lukt dat niet omwille van beslommeringen, kwaaltjes of
onze nood aan complimentjes. Het is een kwestie van vallen en opstaan, niet opgeven en opnieuw proberen. Of om nog eerlijker te zijn met de woorden van de schrijver
Gerard Reve: “Eigenlijk geloof ik in niets, en twijfel ik aan alles, zelfs aan U. Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft, dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam, en dat, in dezelfde wanhoop, Gij mij zoekt.” Of met kerkvader Aurelius Augustinus:Deus intimior intimo meo - God is mij intiemer dan mijn intiemste zelf".

Als mens je toe vertrouwen in geloof, houdt in dat men zich toevertrouwt aan dat intieme, geheimvolle samenspel van mens en God. Dit proces verloopt verre van vanzelfsprekend en gaat met veel geloofstwijfel en geloofstranen gepaard. Deze tranen zijn op zich reeds een gebed. Woorden zijn niet nodig. Gewoon in al je kwetsbaarheid neerzitten en de handen in de schoot leggen volstaat. En wat dan stomweg overblijft, is een Weesgegroet of een Onzevader. Of een schietgebed. Of enkel maar de verzuchting: ‘En Gij, weet Gij hiervan, in al uw eenzaamheid?”

Het Nieuwe Kwetsbare Wij

In het ‘Nieuwe Kwetsbare Wij’ ligt een blauwdruk voor de samenleving verscholen. Dat veronderstelt ook een nieuwe omgang tussen generaties. Zeker horen solidariteit, wederzijds vertrouwen, de bereidheid om meningsverschillen uit te praten en samen oplossingen te zoeken tot dat ‘Nieuwe Wij’. Alles draait hierbij rond het (h)erkennen van onze kwetsbaarheid en het zich kwetsbaar durven opstellen tegenover elkaar. Daarom is ‘volharden in broosheid’ het devies voor het ‘nieuwe normaal’.

De Engelse theoloog en kerkleider
John Henry Newman sprak in de negentiende eeuw al in de volgende profetische bewoordingen over een nieuw ‘samen’ voor de samenleving:Misschien is de reden waarom onder ons heiligheid zo schaars is, ons talent zo mager, ons inzicht in de waarheid zo flets, ons geloof zo onwerkelijk, onze algemene begrippen zo gemaakt en oppervlakkig, hierin gelegen dat we elkaar ons hartsgeheim niet durven toevertrouwen. We hebben ieder hetzelfde geheim en houden het voor onszelf. En we zijn bang vervreemd te raken door datgene wat ons in werkelijkheid tot een eenheid zou kunnen verbinden. We verzuimen de kwetsuren van ons wezen grondig te onderzoeken. We funderen ons godsdienstig belijden niet op de bodem van ons innerlijke. We poetsen de buitenkant schoon. We zijn vriendelijk en aardig voor elkaar in woord en daad, maar onze liefde groeit niet, ons hart sluit zich af en we zijn bang echt contact te laten ontkiemen.”

Wat kinderen en jongeren vanouds nodig hebben voor de toekomst is perspectief en veerkracht.
Het vak godsdienst/levensbeschouwing op school kan daartoe bijdragen. Een school is zoveel meer dan een kennisfabriek, zij moet ook ruimte scheppen voor creativiteit, solidariteit en spiritualiteit. Nu is dat meer en anders dan ooit, het geval.

Zeilen vraagt stuurmanskunst

Het kunstwerk van Pawel Kuczynski vooraan op de kaft (afbeelding) spreekt letterlijk boekdelen: zeilen vraagt stuurmanskunst. Je moet je zeil kunnen afstemmen op de juiste windrichting. En je moet het roer op de juiste koers kunnen houden, zodat je niet stuurloos overgeleverd wordt aan de grillen van diezelfde wind. Wie maar laat waaien, komt bedrogen uit in het leven. En wie de woorden in de wind slaat, verliest al snel de juiste richting. Wind en zeiler horen samen, tijd en lezer-van-de-tekenen-van-de-tijd eveneens. Ze moeten zich op elkaar afstemmen.

Aan de zeiler om te volharden in de broosheid van zijn zeiltocht. De metafoor van het water dat op die tocht moet ‘gelezen’ worden als een boek, is ook bijzonder treffend, vind. De zeiler staat niet alleen: hij kan terugvallen op de stuurmanskunst en de zeilwijsheid van voorgangers, die opgetekend staat in het collectief geheugen. Hij mag het roer loslaten. Of beter nog: anders
vasthouden.

Bert Roebben, Volharden in de broosheid. Spiritualiteit in tijden van corona. Halewijn 2020, 88 pagina’s.

Hits: 4338