Maria, wie ben je?

Laatst bijgewerkt: zondag 31 oktober 2021 Gepubliceerd: maandag 04 oktober 2021 Geschreven door Lode Caes

Oktober is samen met de meimaand van oudsher Mariamaand. Maria krijgt in het geloofsleven van heel wat christenen een voorname plaats. We richten ons in onze zorgen tot Maria en stellen vertrouwen in haar krachtige voorspraak. Maar ze is er niet alleen om te klagen en te vragen. Ze is zo veel meer. ‘Maria, wie ben je?’ In het gelijknamige en zeer lezenswaardig boekje staat mgr. Koen Vanhoutte, hulpbisschop voor het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen, stil bij die vraag en reikt hij suggesties aan om naar haar voorbeeld te vertrouwen op God’s Geest. Mariadevotie is geen aparte vrome bezigheid buiten ons gewone doen en laten.

Godsvertrouwen is op onze dagen verre van vanzelfsprekend. Geloofsgemeenschappen en gezinnen hebben het moeilijk om het geloof voor te leven en aan te bieden. Godzijdank zijn er nog mensen rondom ons die getuigen van zo’n authentiek geloofsleven. Maria moedigt ons aan om ook die weg te gaan. Verbonden met een gemeenschap en een traditie mogen we uitkijken naar een persoonlijke Godsontmoeting. Die kunnen we wel niet maken of afdwingen. We kunnen er alleen voor open staan. En als het ons gegeven wordt, gaat het naast een vermoeden van geluk en geborgenheid ook gepaard met vragen en twijfels die we soms hanteren als excuses om niet te geloven. Weg en weer geslingerd tussen ons ‘ja’ en ‘neen’ fluistert Maria ons toe om dan niet te blijven hangen in wikken en wegen maar om in overgave de sprong van het geloof te wagen. En dat ‘ja-zeggen’ vertaalt zich dan best in ‘ja-doen’. 

Kunstenares in het bidden

Zoals bij haar, is ook ons gebed getekend door onze levensomstandigheden: nu eens blij en dankbaar, dan weer verstild en ingetogen. Nu eens met oude, vertrouwde woorden, dan weer met nieuwe taal. Of ook wel eens zonder woorden. 

Als geen ander kent Maria die stille, biddende omgang met Gods Woord. Ze staat er voor open, ze ontvangt en overweegt het en ze geeft antwoord met heel haar leven. Bidden is inderdaad een dialoog. Een stille wenk van Maria daarbij is te bidden om de Geest. We leggen de Heer gemakkelijk een hele rij vragen voor. We hopen dan dat Hij een oplossing biedt. En alsof we Hem niet te sterk vertrouwen, schrijven we ze Hem ook nog eens voor. We hebben moeite om echt stil te vallen en onze onmacht te bekennen. Het is goed te leren bidden om Geestkracht. Het is geen kracht die in gang schiet als onze menselijke krachten op zijn. Het is veeleer Gods kracht die onze kracht doorgloeit als we zoeken om mensen naar Gods hart te worden of als we vechten tegen lijden en kwaad. 

Moeder, met lijden vertrouwd

Veel mensen die lijden voelen zich met haar verwant. Dat biedt troost en soelaas. Als moeder van smarten weet ze immers wat miserie is. Maar wie dan verder goed naar haar luistert weet dat er werk aan de winkel is. Ze hoopt dat we met haar bekommerd zijn om het levensgeluk van mensen die het moeilijk hebben. Maria vereren is geen vrijblijvende zaak. Christenen weten zich geroepen om ieder mensenleven, hoe klein of broos ook, te waarderen en te eerbiedigen. Het is een vorm van

ethisch moederschap’. Ze inspireert ons tot een zorgzaam samenleven waarin recht gedaan wordt aan ieder mensenkind. Ze hoopt dat we zieken, stervenden en rouwenden niet uit de weg gaan. Ze weet dat we daar dikwijls niet veel kunnen uitleggen of doen. Het onmogelijke wordt ook niet van ons verlangd. Maar ze drukt ons op het hart er te zijn, tot steun van hen die lijden. 

Kleine mens, aan wie God grote dingen doet

Het meest opvallende bij Maria is wel dat ze niet opvalt. Ze is geen ijdeltuit en pronkt niet met eigen kwaliteiten, prestaties, deugden of vroomheid. Ze noemt zichzelf een geringe dienares van God en ze zegt dat niet uit gebrek aan zelfvertrouwen of assertiviteit. Ze doorleeft gewoon haar kleinheid op een gelovige wijze. Het doet haar beseffen hoezeer ze alles aan God te danken heeft. Ze verheugt zich omdat God welwillend naar haar omziet. Ze ervaart dat die afhankelijkheid haar als mens doet openbloeien. God houdt haar niet klein. 

Maria nodigt ons uit om haar in die eenvoud na te volgen. Het duurt wellicht een tijd voor we op die suggestie ingaan. Het valt ons niet makkelijk om ‘arm van geest’ door het leven te gaan. We willen onszelf zo graag bewijzen. Het zit zo diep in ons. We wachten op het applaus van anderen. Maar altijd drukdoende rond onszelf cirkelen, brengt ons niet dichter bij de anderen of bij God. Het is beter onze kleinheid te erkennen en God ruimte te bieden om in ons leven werkzaam te zijn en grote dingen aan ons te laten gebeuren. Voor God hoeven we ons niet te bewijzen. We hebben altijd een plaats in zijn hart. Ook in uren van zwakheid blijft Hij ons goedgezind. 

Als we nog een tijdje blijven luisteren, vernemen we ook hoe Maria ons vraagt om armen te bevrijden en kleinen te verheffen. Ze hoopt dat we willen meewerken aan de verwezenlijking van Gods droom, zoals ze die in haar danklied het ‘Magnificat’ heeft bezongen. Mariadevotie vertaalt zich hier in solidariteit met mensen in armoede. Het zingen van het Magnificat vraagt om sociaal engagement. 

We zijn soms hard in ons oordeel over mensen in miserie. We denken dat ze het zelf hebben gezocht en nu maar de gevolgen van hun verkeerde keuzes moeten dragen. Het raakt ons niet. We hebben onze eigen zorgen en kunnen ons toch niet alle miserie aantrekken. Maria daagt ons uit om ons te laten raken door wat anderen meemaken. Het is al iets maar het zou jammer zijn als het bij dit compassievol meevoelen zou blijven. Wie Maria volgt, heeft het hart op de goede plaats maar weet ook de handen uit de mouwen te steken. Vaak gaat het om kleine dingen doen maar dan met een groot hart. 

Dienstbaarheid is niet enkel in meeleven en dienstwerk te vinden. Maria toont ons ook hoe ons gebed een dienst aan de wereld kan worden. In ons smeekgebed dragen we de wereld in ons hart.

We hebben het er niet enkel over onze persoonlijke of familiale problemen. We noemen er de noden van velen die afzien in een wereld getekend door geweld en grove ongelijkheid. We doen het

best zoals Maria het ons voordeed. We leggen het aan God voor. Ook al verlangt ons hart dat Hij het zus of zo oplost, we leren van Maria de uitkomst van ons gebed uit handen geven. We willen niet beslissen en beschikken in Gods plaats. Makkelijk is dit niet. We houden graag de controle. Maar Hij alleen is God. We erkennen best dat God voor ons een groot mysterie blijft dat we niet doorgronden. Toch vertrouwen we erop dat zijn mysterie mensvriendelijk is, ook al verstaan we

Hem lang niet altijd in zijn omgang met mens en wereld. 

Leven met vragen

De levensweg van Maria loopt niet over rozen. Ze beschikt niet over helder inzicht in alles wat ze meemaakt. Ze is niet hoogbegaafd om het mysterie van het leven zomaar te doorgronden. Integendeel, de evangelies stellen haar dikwijls voor als een vrouw die worstelt met vragen. 

Ook wij hebben te doen met tal van onopgeloste vragen in ons leven. Tal van ‘waaroms’ blijven wachten op een antwoord. Waarom die tegenslag, die ziekte, die relatiebreuk, dit conflict,...? Wat

is er van goed en kwaad, haat en liefde, leven en dood? Het leven is veel groter dan wat we met ons verstand kunnen vatten. Als we vechten met die vragen is het goed te luisteren naar Maria. Ze

stelt ons voor om ook in die omstandigheden met vertrouwen verder te leven. Wie wacht tot alle vragen zijn opgelost, komt niet aan leven toe. Leven gaat moeizaam wanneer we niet vertrouwen dat het de moeite waard is. Maria’s leven vol vragen zet ons aan tot groeiend begrip voor

mensen die leven in vertwijfeling, wanhoop, uitzichtloosheid. Wij zullen voor hen niet de superhelden zijn die alle problemen kunnen oplossen. Wel kunnen we vertrouwen aanreiken,

een perspectief openen, nieuwe kansen laten zien. 

Geestbewogen vrouw

Maria is ook niet de sterke vrouw die op eigen kracht grootse prestaties neerzet maar die zich inschrijft in de dynamiek van Gods Geest. Ze vertrouwt op de mysterievolle werking van God in het leven van mensen. Na Jezus’ kruisdood en na de wondere gebeurtenissen in de paasdagen, vinden we zijn moeder samen met de leerlingen in de bovenzaal. Er is geen planningsvergadering belegd om gestalte te geven aan de eerste kerkgemeenschap. Er worden geen afspraken gemaakt, geen taken verdeeld. Het bruist er niet van activiteit. Jezus had hen gevraagd in Jeruzalem te blijven en te wachten op de beloofde Geest in wie ze gedoopt zouden worden. 

Als christen komen we geleidelijk onze levensroeping op het spoor. We krijgen taken toevertrouwd in het gezin, op het werk, in de vrije tijd, in de kerkgemeenschap. Als kerkgemeenschap staan we voor grote uitdagingen. In een sterk veranderende samenleving zoeken we het evangelie voor

te leven en aan te bieden aan onze tijdgenoten. Een missionaire vernieuwing van de pastoraal staat hoog op de agenda. Er wordt nagedacht en overlegd. Pastorale plannen worden uitgetekend en geëvalueerd. De Kerk lijkt een onderneming in crisis waar hard gewerkt wordt. Maar midden alle inzet schieten onze adem en onze kracht dikwijls tekort en heerst er ook moedeloosheid, ontgoocheling en gebrek aan creatieve durf. Ons pastoraal dienstwerk alleen produceert het Rijk Gods niet als het zich niet ent op de dynamiek van de Geest.

Maria doet ons dan stilstaan bij wat ons gegeven wordt, bij Wie ons gegeven wordt. In het Kerklichaam waar we ons voor inzetten is het de Geest die leven geeft en zorgt voor bezieling. 

Maria, wie ben je?’ Koen Vanhoutte – ISBN: 9789085286073, verscheen bij Halewijn, telt 52 blz. en kost 8.50 EUR

Hits: 2832