JEZUKE, liefste vriend

Laatst bijgewerkt: vrijdag 16 oktober 2020 Gepubliceerd: woensdag 16 september 2020 Geschreven door Lode Caes

 Wie van de ouderen (mijn generatie en ouder) kent niet de tekst van volgend lied dat tijdens onze Eerste Communie werd gezongen : 

“Jezuke, liefste vriend,

waar heb ik het toch verdiend,

dat Gij in mijn hartje komt wonen,

Gij die in de hemel moet tronen?

Welkom, welkom Jezuke zoet.

Kom toch alle dagen.

Zie eens hoe vurig en welgemoed,

al uwe kindjes het vragen.” 

Nu we – wegens de lockdown – tweeëneenhalve maand niet fysiek konden deelnemen aan de wekelijkse eucharistieviering, kwam er tijd vrij om even dieper na te denken over de waarde en de betekenis van dit sacrament.

Er was een tijd dat iedereen in mijn straat de zondagrust respecteerde en ’s morgens naar de vroegmis en/of de hoogmis ging. De rechterburen, lieve oude mensen, waren de uitzondering en als kind was ik ervan overtuigd dat ze naar de hel zouden gaan … .

In de vijftiger jaren liep ik eerst school in Ons Tehuis op de Poperingseweg. Ik kreeg er les van meester Frans, die later schoolhoofd werd in Voormezele. In de kapel van Ons Tehuis deed ik mijn Eerste Communie. Dat was in mei 1955. We zongen toen het bovenstaande mooie lied dat mij altijd is bijgebleven en dat – achteraf gebleken door heel wat mensen van mijn generatie en de wat ouderen – in heel Vlaanderen gekend was. Onlangs las ik een biografie van priester Edward Poppe en kwam tot de ontdekking dat hij er de auteur van was. Ik weet niet of hij ook de tedere melodie heeft gecomponeerd want Ward Poppe was ook een begenadigd violist.

Ik herinner me dat we in de vijftiger- en zestigerjaren van de vorige eeuw, elke zondag met het hele gezin naar de mis trokken, eerst naar de de Sint-Niklaaskerk en daarna naar de ‘kerk van de Capucienen’ waar pater Herman in 1958 de eerste pastoor werd van de nieuwe parochie ‘Onze Lieve Vrouw Middelares van alle Genaden’. We bezetten meestal een hele rij aan de linkerkant (de vrouwenkant), net genoeg stoelen voor ons achten, zes kinderen en twee ouders.

Het meezingen met de Gregoriaanse gezangen is me steeds bijgebleven. Later is gebleken dat dat kerkzingen de basis heeft gevormd van mijn liefde voor de muziek. Die liefde werd verder aangewakkerd tijdens de voorbereiding op het vormsel. Dat was in het Klein-College waar de subregent ons de gezangen met o.a. het ‘Veni Creator’ aanleerde. Op het einde van het vijfde leerjaar werd ik gevormd door Monseigneur Emilius Josephus Desmet, bisschop van Brugge, die tweejaarlijks zijn vormseltocht door de provincie deed. Het jaar erop deed ik dan mijn Plechtige Communie in de kerk van O.L.Vrouw-Middelares. De daaraan voorafgaande ‘lering’ werd gegeven door pastoor Herman. In tegenstelling tot wat ik verwachtte, ging het niet om het van buiten leren van catechismusvragen, integendeel, hij hield het bij het vertellen over Jezus en het voorhouden van Jezus als het grote voorbeeld voor elke christenmens. Oef, een opluchting want van buiten leren was mijn ding niet.

In het Groot-College waren we verplicht om op woensdag- en vrijdagmorgen de mis te volgen in de kapel. Geleidelijk werden meer en meer Nederlandse psalmen door subregent Vanderghote aangeleerd. Op de parochie was pastoor Herman hier de voortrekker en voorzanger. Zalig dat samen zingen, daarvoor alleen al koos ik ervoor om zoveel mogelijk missen bij te wonen. Een louter gelezen mis viel minder in de smaak.

De subregent van de eerste twee jaren van het Middelbaar in het College van Ieper was E.H. Frans Vanryckeghem. Hij informeerde ons geregeld over het aan de gang zijnde Tweede Vaticaans Concilie, de toestand in Congo (onafhankelijkheid in 1960) en … de Eucharistische Kruistocht van Edward Poppe. Hij organiseerde een bedevaart naar Moerzeke. Het werd een gedenkwaardige busreis. We brachten een bezoek aan het huis waar Ward Poppe de laatste jaren van zijn korte leven gewerkt en geleefd heeft. Het was als een museum ingericht met toegang tot de slaap- en studeerkamer van Edward Poppe. Ik geef toe dat ik toen wel geïnteresseerd was, terwijl het niet echt tot me doordrong wat de betekenis was van deze heilige priester die zo opkwam voor de Eucharistie en de strijdvaardige naam ‘Eucharistische Kruistocht’ hanteerde.

Onlangs las ik het boek ‘Zo zie ik priester Poppe’, geschreven door mevr. A. Buckinx-Luyckx, uitgegeven bij Averbode in 1972.

Hieruit een korte biografie van Edward Poppe, geboren op 18 december 1890 in Temse. Overleden op 10 juni 1924, 33 jaar oud, in Moerzeke, Hamme.

Edward was de zoon van een bakker. Hij liep kleuterschool bij de zusters en de lagere school bij de broeders. Hij beëindigde zijn humaniora in het Klein Seminarie van Sint-Niklaas. Hij studeerde aan het Groot-Seminarie in Gent en aan de Katholieke Universiteit van Leuven. 0p 1 mei 1916 werd hij in Gent tot priester gewijd. Hij werd benoemd tot onderpastoor van een arme wijk in Gent. Na de Eerste Wereldoorlog verhuisde hij, om gezondheidsredenen, naar Moerzeke waar hij rector werd van het klooster. Deels aan zijn werktafel en deels in bed, richtte hij zich, met woord en pen, tot de gelovigen over de gevaren van het marxisme, de secularisatie en het materialisme. In 1922 werd hij de geestelijke leider van het C.I.B.I. in Leopoldsburg. Dit ‘Centre d’Instruction pour Brancardiers Infirmiers’ werd opgericht om geestelijken, die vanaf 1921, ook dienstplicht moesten vervullen, toe te laten een opleiding tot brancardier-verpleger te volgen. In 1924 stichtte hij het Karmelklooster in Leopoldsburg. In datzelfde jaar overleed hij in Moerzeke. Onmiddellijk ontstond er toen al een zekere verering rond zijn persoon. Men noemde hem de eigentijdse pastoor van Ars.

Centraal in zijn leven stond de Eucharistie en het geloof dat de geconsacreerde Hostie werkelijk het ‘Brood des Levens’ is, en dat Christus reëel aanwezig was. Hij steunde en inspireerde hiermee de door de norbertijnen van Averbode opgerichte ‘Eucharistische Kruistocht voor jongeren’. Hiervoor schreef hij het boek: ‘La méthode eucharistique, La Direction spirituelle des enfants, Manuel de la catéchiste eucharistique’.

Zijn gebedenboekje Bij de kindervriend’ was voor zijn tijd een meesterwerkje van pedagogische aanpassing.

Op zijn graf staat beknopt zijn levensfilosofie: ‘Ik sterf liever dan God maar half te dienen’. Bekend gebleven zijn ook volgende woorden: ‘Eén heilige is beter dan een heel bisdom (priesters)’ en ‘Niets uit vrees, alles uit liefde!’

Hij werd in 1999 zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II. Zijn feestdag wordt op 10 juni gevierd. Een levensgroot standbeeld van Edward Poppe werd ingehuldigd aan de Onze-Lieve-Vrouwkerk in Temse. In het boek ‘Brandde ons hart niet?’ van René Stockman, gaat het o.a. over universele figuren zoals Augustinus en figuren uit de opvoeding en zorgverlening zoals Giovanni Bosco. Zalige Edward Poppe staat in het hoofdstuk over ‘Vlaamse zaligen en dienaren Gods’ tussen Damiaan de Veuster, pater Constant Lievens en kanunnik Petrus Jozsef Triest.

Iedereen die wat met het Nieuwe Testament vertrouwd is, herkent in de titel, wat de Emmaüsgangers voelden toen ze een eind opgetrokken waren met de verrezen Heer en hem pas herkenden nadat hij het brood voor hen gebroken had. Dan gingen hun ogen open. Jezus verdween en zij keerden onmiddellijk terug naar Jeruzalem ... Dit is één van de prachtigste en meest voor zichzelf sprekende verhalen uit het Evangelie van Lucas.

Ter afronding. In een recente Eerste Communieviering had priester Ettien het in zijn homilie over het ‘Het breken van het brood’. Hij verduidelijkte dat dat breken niets te maken heeft met stuk maken maar heel duidelijk met het ‘breken om te kunnen delen’. Is er iets christelijkers?

Jef Coulembier

Hits: 4486