Agenda

Geen activiteiten gevonden

Omgaan met racisme

Laatst bijgewerkt: maandag 31 mei 2021 Gepubliceerd: donderdag 04 maart 2021 Geschreven door Lode Caes

Op donderdag 4 maart organiseerde het Bisdom Brugge – in samenwerking met Welzijnsschakels West-Vlaanderen en Orbit vzw – een webinar over ‘Omgaan met Racisme’. Racisme is een heel heikel onderwerp. Erover schrijven is een mijnenveld betreden dat je moeilijk ongeschonden verlaat. Het grove, expliciete racisme mag in onze kringen‘not-done’ zijn, niemand is er geheel vrij van. En als het maatschappelijk niet in toom gehouden wordt kan het zo weer vernietigend oplaaien. Samenleven met mensen en zeker van andere komaf gaat niet vanzelf.

Onder racisme valt elk gedrag, alle wetten, alle ideeën… waarbij mensen andere mensen ongelijk gaan behandelen of beoordelen op basis van etnisch-culturele kenmerken en uiterlijkheden in plaats van op hun mens-zijn. Ze worden al te vaak als zondebokken bestempeld voor alles wat er fout loopt in de maatschappij. Slachtoffers ervaren het als een chronische psychische pijn ten gevolge van ondergane vooroordelen, achterstelling, discriminaties allerhande en onophoudelijke vormen van zogenaamde micro-agressie. Een gevoel dat buitenstaanders van buitenuit nooit echt van binnenin kunnen begrijpen.

Racisme laat ons niet los

Racisme zit diep verankerd in onze samenleving. Het moeilijke is dat dat je de wereld niet zomaar kunt opsplitsen tussen racisten en niet-racisten. Je kan het niet verengen tot een moreel probleem. Met zo’n ‘zwart-witvisie’ negeren we immers dat racisme een structureel systeem is. Een stelsel dat al eeuwenlang ingebed is in onze instituties en economische, politieke en sociale machtsverhoudingen. Een systeem dat er vandaag voor zorgt dat bepaalde mensen op alle mogelijke domeinen van de samenleving automatisch in het nadeel staan tegenover anderen. In een ideale wereld zouden we alleen nog individueel racisme moeten bestrijden, maar daar zijn we nog lang niet aan toe.

De tragiek daarvan is dat ook iedere witte persoon – of hij dat nu wil of niet – daardoor drager is van ingebakken racistische denkbeelden en symbolen, en hij – bewust of onbewust – vervalt in racistisch gedrag. Vaak ervaren ze het zelf zo niet als dusdanig. Denk maar aan de heisa rond Zwarte Piet of Aalst Carnaval … Zelfs de witte persoon die met de beste bedoelingen racisme wil aanpakken, ontsnapt er niet aan. Een soort erfzonde zo je wil. De meeste mensen zijn in wezen dus geen racisten, maar wel mensen die in een specifieke context, op een specifiek moment racistisch gedrag stellen.

Zo’n analyse lijkt unfair voor die mensen die al decennialang solidair mee op de barricades staan tegen racisme en voor gelijke rechten. Inzichten en verhoudingen veranderen door de tijd heen en het is ontegensprekelijk een zeer goede zaak dat mensen van kleur meer en meer zelf het initiatief overnemen in een noodzakelijke emancipatiestrijd. De tijd van witte mensen die ‘voor’ minderheden ‘moéten’ spreken is voorbij. Maar je hoeft uiteraard niet per se een bepaalde identiteit te hebben om een bepaalde rechtvaardige strijd te kunnen steunen. Maar dan moet je wel open blijven staan voor de ervaringen én inzichten van de mensen die je steunt,  al is het maar om te voorkomen paternalistisch en verzuurd over te komen.

We moeten ons er wel allemaal bewust van zijn dat we opgroeien en leven in een historisch gegroeid structureel racistisch systeem, ondanks alle wetten tegen racisme en goedbedoelde initiatieven. Ook het terecht veroordelen van extreme en expliciete vormen van racisme ontslaat ons niet van de plicht te blijven kijken naar de eigen denkwijze en positie. Dat is in de praktijk alleen mogelijk als we met respect luisteren naar de kritische stemmen van diegenen die het doelwit zijn van racisme. Absoluut niet goedkoop mea culpa te slaan, of om ons te wentelen in een misplaatst schuldbesef. Eenvoudig is het niet want paradoxaal voelen ook ‘daders van racisme’ zich vaak verongelijkt en oneerlijk behandeld in de samenleving.

Bondgenoten tegen racisme

Hoe vaak gebeurt het niet dat we met onze mond vol tanden staan of aan de grond genageld zijn wanneer we getuige zijn van openlijk racisme? Of dit nu tijdens een familiefeest, op straat, op het werk of op sociale media is. Reageren is inderdaad niet eenvoudig. Wil je iemands gedrag beïnvloeden? Steun bieden aan een aanwezig slachtoffer? De omstaanders sensibiliseren? Welke aanpak heeft daarbij het meeste impact? Een spontane, eerste emotionele reactie kan immers gemakkelijk serieuze brokken veroorzaken. We winnen er niets bij op lange termijn als dat er toe leidt dat iemand erdoor achteraf nog meer radicale standpunten gaat innemen. Racisme keren vraagt tijd. Niemand verandert radicaal van gedrag of van mening als gevolg van één tussenkomst. Gevat omgaan met racisme is een leerproces met vallen en opstaan en toch hebben we in die context de luxe niet om dit leren uit te stellen.

Er zijn vele redenen waarom mensen racistisch gedrag stellen. Onbekend is onbemind? Klopt voor een deel. Maar tal van mensen hebben wel degelijk veel contact met mensen met een migratieachtergrond en onthouden vooral de negatieve ervaringen. Racistische taal is nogal eens de onaanvaardbare boventoon van een aanvaardbare zorgvraag, een pijnlijk laagje vernis dat een diepere zorg verbergt. Wie zegt “ze komen ons werk afpakken”, zegt misschien ook: “ik wil werk” of “ik wil dat het er op de arbeidsmarkt eerlijk aan toegaat”.

Veel beter dan in zo’n situatie enkele veel voorkomende reflexen boven te halen als goeie praktijken aanhalen, debatteren, tegenargumenten geven, boos worden, van racisme beschuldigen, juistere informatie geven… is het in eerste instantie verstandiger concreet te gaan peilen naar die onderliggende zorgvraag. Dat maakt deel uit van de voorgestelde ‘Bondgenoten-strategie’ van ORBIT vzw. Als organisatie streven ze o.a. naar een groeiend inzicht en vertrouwen van alle burgers in de superdiverse samenleving en voor een meer gelijke behandeling van mensen met een migratieachtergrond en minder racistische discriminatie. 

We proberen die vraag dus zichtbaar te krijgen, om ons als bondgenoot op te stellen voor de zaken waarmee we het ‘wel’ eens kunnen zijn. Op die manier compromitteer je je niet met racisme maar ga je wel achter je familielid staan dat bijvoorbeeld bezorgd is omdat er zoveel werkloosheid is, of van je buur die zich eenzaam voelt. Rechtstreeks kun je een luisterende houding aannemen. Je bent niet eerst en vooral bezig met je eigen standpunt, maar met dat van de persoon die in racisme vervalt. Je stelt vragen en elke vraag die als oprecht nieuwsgierig ervaren wordt, is een stap in de goede richting. Stel minstens drie ‘W-vragen’: Wie? Wat? Waar? Wanneer? En als er één gouden tip is, dan is het om de ‘waarom-vraag anders te verpakken: “Hoezo?” “Wat maakt dat je dit zegt?”, “Wat bedoel je precies?”, “Ik begrijp niet goed wat je bedoelt…” De ‘waarom-vraag’ komt namelijk al snel aanvallend over, hoe goed bedoeld ze ook is. De kans bestaat dat je gesprekspartner dan dichtklapt, ten aanval trekt of in de verdediging kruipt. Terwijl je met een bondgenotenstrategie ruimte wilt maken voor verandering. Iemand boos maken schept daar niet meteen de juiste voorwaarden voor. Het standpunt van de ander ernstig nemen door open vragen te stellen wel, zonder het daarom met alles eens te moeten zijn! Op die manier kom je meer te weten over de oorzaken achter een individuele racistische uitspraak. En kun je daarop inspelen.

Mentaliteitsverandering of gedragsverandering?

De bondgenotenstrategie heeft vooral als doel mensen van meer tot minder racisme te bewegen op lange termijn. Het liefst zouden we willen dat iemand anders gaat denken. Het zou echter al een hele vooruitgang zijn als de persoon misschien nog steeds racistisch denkt, maar wel minder racistisch gedrag stelt. Dit is een realistischer doel. Onderzoek toont ook dat gedragsverandering op termijn naar mentaliteitsverandering leidt. Mag je dan niet meer verontwaardigd zijn door racisme? Natuurlijk wel. En hopelijk wen je er nooit aan. Deze aanpak is alleen een manier om die verontwaardiging te kanaliseren zodat je én jezelf en de ander beschermt, én meer kans maakt op een rustiger, impactvoller gesprek. Door het gesprek heel concreet te maken en te houden vermijdt je te verzeilen in een heilloze stellingen oorlog. Zo van “Het open grenzenbeleid van Europa trekt op niets” versus “We moeten solidair zijn”. Zo praten we vaak naast elkaar heen, zonder goed te begrijpen wat er echt allemaal speelt.

Erkenning geven kan wonderen doen

Dit is niet verwonderlijk. Erkenning komt onze diepste drijfveer tegemoet: “je mag er zijn”, “je mening en je leven telt”. Door erkenning te geven, laten we blijken dat iemand echt belangrijk is. De ander wordt een doel op zich, en niet louter een middel om racisme te bestrijden. Nog anders gezegd: wat aandacht krijgt, groeit. Dus hebben we er alle baat bij om de menselijkheid in de ander te erkennen. We scheppen zo ruimte voor verandering.

Erkenning geven naar aanleiding van een racistische uitspraak kan op vele manieren: aftoetsen of je iets juist begrepen hebt, empathie tonen voor een gevoel of ervaring (wat nog iets anders is dan erkenning voor de interpretatie die iemand ervan maakt), benoemen dat je het ergens eens mee bent… Voorwaarde is wel dat we eerst een aanknopingspunt vinden waar we oprecht erkenning voor kunnen geven. Dit kunnen tal van zaken zijn: veiligheid, werkgelegenheid, milieuzorg, armoede, welvaartsvaste uitkeringen, sociale woningen ...

Nederig realisme

Uiteindelijk is erkenning geven ook leren loslaten: het is altijd diegene die erkenning nodig heeft, die kan zeggen of hij zich effectief erkend voelt. We kunnen alleen maar oprecht proberen, en realistisch zijn over wat we kunnen bereiken. Hoe dieper het gemis, hoe meer erkenning er nodig is. Misschien beseffen we dat het te diep zit en onze energie of competenties ontoereikend zijn. Maar dan nog kunnen we proberen de schade te beperken. Want één iets is zeker: mensen die keer op keer miskend worden in hun diepste motivatie of de mond gesnoerd worden, gaan alleen maar luider roepen.

Gezien de blijvende en alomtegenwoordige relevantie van de racisme-problematiek, willen we iedereen – ook mensen die niet konden deelnemen aan het webinar van 4 maart – uitnodigen voor een online verwerkingssessie op donderdag 6 mei van 19.00 tot 21.00 u. Tijdens deze digitale bijeenkomst zullen we praktijkervaringen delen, concrete uitdagingen bespreken en succesverhalen uitwisselen. Inschrijven via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 

GEZOCHT ZONDEBOK 


Het verhaal in Leviticus over de zondebok kan ons de ogen weer openen voor de realiteit achter deze vaak gehanteerde kunstgreep. Daarin was de zondebok onderdeel van het ritueel van de Grote Verzoendag, dat wordt beschreven in het zestiende hoofdstuk. De hogepriester legt hierbij zijn handen op de kop van een bok en somt de misdaden van de gemeenschap op. Hij draagt deze als het ware symbolisch over aan de bok. Dan wordt de bok weggebracht en de woestijn ingestuurd.

Als er iets is waar Pasen mee afrekent, is het met het zondebokmechanisme, schrijft Mark Van de Voorde in zijn blog.

Pasen is alweer voorbij. Dat we Pasen vierden, dat is alweer voorbij, maar Pasen zelf niet. Met het vonnis, het lijden, de dood en de verrijzenis van Jezus van Nazareth is de paastijd aangebroken, de tijd van de verloste mens. Met Pasen vieren we niet alleen dat de dood niet het einde van de mens is, maar worden we er ook aan herinnerd dat we zondige mensen zijn die moeten worden verlost.

We kunnen Jezus’ verrijzenis niet loskoppelen van zijn vonnis. Hij nam de schuld voor het door de mens begane kwaad op zich. De mens was niet in staat om zichzelf te verlossen van wankelmoedigheid, lafheid en tekortkoming. Aan dat aspect van Pasen worden we niet graag herinnerd. De Paasgedachte is een boodschap met een weerhaakje. We worden niet graag geattendeerd dat het kwaad ook aan ons trekt. Verrijzenis willen we wel, maar zonder die verlossing. Wij zondigen toch niet?

In een samenleving die zonde heeft gereduceerd tot jammer, voert jammeren de boventoon.

We jammeren alom en aldoor. Over de regeringen (meervoud), de media (meervoud), de coronamaatregelen (meervoud) en over ongeveer alles wat een meervoud kan hebben en fout kan lopen.

Als we nergens schuldig aan zijn, moeten we toch iets of iemand de schuld kunnen geven voor het kwaad om ons heen. Als zonde niet bestaat, dus vergeving niet kan en bijgevolg verlossing niet hoeft, is er voor al dat kwaad maar één oplossing: de zondebok. Zondebokken zat vandaag. Is het de politiek niet dan de wetenschap, zijn het de jongeren niet dan de ouderen, zijn het de virologen niet dan de economisten. Kortom, altijd zijn de anderen fout, ook voor wat wijzelf verkeerd doen: ik kon het niet helpen, want zij.... Die zij, die anderen dus, zijn ook liefst in meervoud. Meervoud is anoniem, achter de anonimiteit van die anderen kun je ook je eigen identiteit verstoppen.”

 

Hits: 353